Ik ben kinesitherapeut

Perifeer Arterieel Vaatlijden: Wat elke kinesitherapeut moet weten

Perifeer Arterieel Vaatlijden (PAV), ook bekend als etalagebenen, is een vaatziekte die ontstaat door een vernauwing van de slagaders die bloed naar de benen vervoeren.
Dit gebeurt wanneer atherosclerotische plaques (vetafzettingen) zich ophopen in de vaatwand, waardoor de bloeddoorstroming vermindert – vooral tijdens inspanning, wanneer de spieren meer zuurstof nodig hebben. 

Door dit zuurstoftekort ontstaan pijn, krampen of vermoeidheid in de kuiten of dijen tijdens het stappen, een symptoom dat bekendstaat als intermitterende claudicatio.
Zodra de patiënt stopt met stappen, verdwijnen de klachten meestal binnen enkele minuten.

Het grotere plaatje begrijpen

Wat betekent PAV voor de patiënt?

Voor de meeste mensen is PAV niet enkel een probleem van de benen, maar een teken van systemische atherosclerose. Dat betekent dat hetzelfde proces ook de kransslagaders en hersenslagaders kan aantasten, wat het risico op een hartinfarct of beroerte verhoogt.
De behandeling van PAV draait dus niet alleen om verder kunnen stappen, maar ook om het verbeteren van de algemene cardiovasculaire gezondheid en het verlengen van de levensverwachting.

Hoe vaak komt het voor?

Ongeveer één op de vijf volwassenen ouder dan 60 jaar in Europa heeft PAV.
In België stijgt de prevalentie door vergrijzing, diabetes en een zittende levensstijl.
Veel mensen weten niet dat ze PAV hebben tot het stappen pijnlijk wordt of dagelijkse activiteiten beperkt raken.

Hoe de zorg in België vandaag is georganiseerd

In België is de zorg voor PAV momenteel nog sterk medisch gestuurd en reactief.
De meeste patiënten worden pas laat gediagnosticeerd, wanneer de pijn tijdens het stappen of functionele beperkingen reeds uitgesproken zijn. Daardoor ondergaan veel patiënten eerst een operatie voordat ze een conservatieve behandeling zoals kinesitherapie krijgen, en slechts weinigen profiteren van vroege oefentherapie.

Nochtans toont overtuigend bewijs, waaronder het KCE-rapport 221 en internationale richtlijnen (KNGF), aan dat vroegtijdige opsporing en gesuperviseerde oefentherapie (GOT):

  • Een operatie kan uitstellen of zelfs vermijden;
  • De stapafstand en levenskwaliteit aanzienlijk verbetert;
  • En de kost en het cardiovasculaire risico vermindert.

Het probleem ligt niet bij een gebrek aan bewijs, maar bij de gebrekkige implementatie.
Het huidige doel is om België te doen evolueren naar een conservative-first-aanpak, waarin kinesitherapeuten een sleutelrol spelen in de vroege behandeling en preventie van PAV.

De rol van de kinesitherapeut

Kinesitherapeuten spelen een centrale rol in het helpen van patiënten met PAV om hun functioneel vermogen te herstellen, klachten te verminderen en hun algemene gezondheid te verbeteren.
Terwijl de vaatchirurg of angioloog instaat voor de diagnose en medische behandeling, richt de kinesitherapeut zich op functioneel herstel, fysieke conditie en gedragsverandering.

Stap 1: De patiënt begrijpen

Wanneer een patiënt met PAV zich aanmeldt, begint de behandeling met een grondige intake.
Dit gaat niet enkel over het meten van de loopafstand, maar ook over het begrijpen van de persoon als geheel.

Wat je moet bevragen

  • Hoofdklacht en doelstellingen: Waar worstelt de patiënt mee? Hoe beïnvloedt de beperkte loopafstand het dagelijks leven?
  • Medische voorgeschiedenis: Diabetes, hypertensie, roken, hartziekten en medicatiegebruik zijn belangrijke aandachtspunten.
  • Functionele beperkingen: Hoe ver kan de patiënt stappen vóór de pijn begint? Hoe beïnvloedt dit werk, hobby’s en/of zelfstandigheid?
  • Leefstijl en gedrag: Is de patiënt fysiek actief? Rookt hij/zij? Staat hij/zij open voor verandering?
  • Psychologische factoren: Angst voor pijn of beweging komt vaak voor; inzicht hierin helpt bij het afstemmen van de aanpak.

Waarom dit belangrijk is:

Patiënten met PAV hebben vaak complexe zorgnoden. Hun routines, angsten en motivatie begrijpen helpt om haalbare doelen te stellen en vertrouwen op te bouwen - essentieel voor succes.

Stap 2: Klinisch onderzoek en testen

Het onderzoek van de kinesitherapeut richt zich op functie en veiligheid.

Belangrijke onderdelen

  • Inspectie: Let op wonden, kleur- of temperatuurverschillen en huidveranderingen die op slechte doorbloeding kunnen wijzen.
  • Gangbeeldanalyse: Veel patiënten ontwikkelen een afwijkend stap- of looppatroon om pijn te vermijden.
  • Loopbandtest:
    • Snelheid: 3,2 km/u;
    • Helling: Toename hellingshoek met 2% elke twee minuten beginnend bij 0%, tot maximaal 10%,
    • Maximale duur: 30 minuten
    • Noteer zowel de pijnvrije loopafstand (waar de pijn begint) als de maximale afstand (waar de patiënt moet stoppen).
  • Pijn- en inspanningsschaal: Gebruik de ACSM 4-puntenschaal voor pijn en de Borg-schaal voor ervaren inspanning.

Waarom dit belangrijk is:

Deze metingen geven objectieve data om de vooruitgang te volgen en veilig de trainingsintensiteit te bepalen. Ze ondersteunen bovendien de communicatie met de verwijzende arts.

Stap 3: Behandeling – Gesuperviseerde oefentherapie

De hoeksteen van PAV-revalidatie

Gesuperviseerde oefentherapie is de meest effectieve behandeling voor patiënten met intermitterende claudicatio. De therapie richt zich op wandeltraining, waarbij de pijn geleidelijk wordt opgezocht om de ontwikkeling van collaterale bloedvaten te stimuleren.

Hoe het werkt:

Wanneer de patiënt wandelt tot het begin van pijn, krijgen de spieren tijdelijk te weinig zuurstof.
Door dit herhaaldelijk te oefenen ontstaan:

  • Betere zuurstofbenutting in de spieren;
  • Groei van kleine bloedvaten die vernauwingen omzeilen;
  • Grotere pijntolerantie en inspanningscapaciteit;
  • Verbeterd gangbeeld en uithoudingsvermogen.

Praktische opzet

  • Frequentie: 2 à 3 keer per week in de eerste weken, later met langere tussenperiodes.
  • Sessieduur: 30–60 minuten.
  • Intensiteit: Wandelen tot matige tot hevige pijn (ACSM 2–3), daarna rusten en herhalen.
  • Progressie: Loopduur geleidelijk verhogen, rustpauzes verkorten.

Andere oefeningen (fietsen, traplopen, krachttraining voor de benen) kunnen aanvullend zijn, maar wandelen blijft de kern van de behandeling.

Waarom dit belangrijk is:

Gesuperviseerde oefentherapie (SET) kan de loopafstand verdubbelen binnen 3 tot 6 maanden en de levenskwaliteit sterk verbeteren.
Belgisch onderzoek (KCE) toont dat de resultaten vergelijkbaar zijn met chirurgische ingrepen, maar zonder de risico’s of hoge kosten.

Stap 4: Educatie en leefstijlbegeleiding

Oefentherapie op zich is niet genoeg. Patiënten moeten begrijpen waarom ze dit doen en hoe ze hun leefstijl kunnen aanpassen.

Belangrijke thema’s

  • Inzicht in de aandoening: Leg uit dat pijn tijdens het stappen niet gevaarlijk is, maar een teken van aanpassing van het lichaam.
  • Rookstop: Moedig stoppen met roken aan en verwijs naar professionele begeleiding; roken versnelt de ziekte sterk.
  • Gezonde voeding: Een dieet met weinig verzadigde vetten en rijk aan groenten, fruit en vis ondersteunt de vaatgezondheid.
  • Fysieke activiteit: Stimuleer dagelijkse beweging (wandelen, fietsen, tuinieren).
  • Medicatiegetrouwheid: Benadruk het belang van trouw gebruik van bloedverdunners, cholesterolverlagers en bloeddrukmedicatie.

Waarom dit belangrijk is:

PAV is een chronische aandoening. Patiënten die inzicht hebben en verantwoordelijkheid nemen, behouden hun resultaten beter en vermijden complicaties.

Stap 5: Opvolging en samenwerking

Regelmatige opvolging is essentieel.
Kinesitherapeuten evalueren de patiënt best om de 3 tot 6 maanden met dezelfde loopbandtest om de vooruitgang te meten.

Documentatie en communicatie

Stuur duidelijke rapporten naar de verwijzende arts met:

  • Evolutie van de loopafstand en pijntolerantie;

  • Therapietrouw en leefstijlverandering;
  • Eventuele problemen (wonden, toename van pijn, medicatieproblemen).

Goede communicatie versterkt de samenwerking tussen disciplines en bevordert continuïteit van zorg.

Stap 6: Wanneer conservatieve behandeling niet voldoende is?

Soms blijven de klachten bestaan ondanks een goede therapietrouw.
Volgens de Belgische aanbevelingen (KCE 221):

  • Mag een vascularisatie (angioplastiek of bypass) pas overwogen worden na minstens 3–6 maanden zonder voldoende verbetering via SET;
  • Onmiddellijke doorverwijzing is enkel nodig bij kritieke ischemie (rustpijn, wonden, gangreen).

Waarom dit belangrijk is:

Een operatie zonder voorafgaande oefentherapie leidt vaak tot slechtere langetermijnresultaten en onnodige risico’s.
De kinesitherapeut speelt, samen met de huisarts, een cruciale rol om te bepalen wanneer verwijzing terug naar de vaatchirurg verantwoord is.

Kernboodschap

Perifeer Arterieel Vaatlijden is een ernstige maar behandelbare chronische aandoening.
Kinesitherapeuten zijn niet enkel oefenbegeleiders, maar ook sleutelfiguren in cardiovasculaire preventie en in het helpen van patiënten om hun mobiliteit en levenskwaliteit te herwinnen.

Door gestructureerde oefentherapie, educatie en motivatie te bieden, helpen kinesitherapeuten patiënten verder te stappen, gezonder te leven en het risico op ernstige hart- en vaatziekten te verminderen.

Voorschrift en behandeling:

  1. De arts stelt de diagnose van Claudicatio Intermittens en schrijft een behandeling voor.
  2. De arts verwijst de patiënt door naar een kinesitherapeut en vermeldt de voorgeschreven therapie.
    De patiënt kan terecht bij alle erkende kinesitherapeuten. Daarnaast kan de arts via ClaudicatioCare.be kinesitherapeuten vinden die extra opgeleid en geïnformatiseerd zijn rond de revalidatie van symptomatisch Perifeer Arterieel Vaatlijden (sPAV).
  3. Het aantal behandelingen volgt het courante pathologiekader, waarbij de patiënt recht heeft op maximaal 18 beurten op jaarbasis voor de revalidatie van sPAV.
  4. Bij de eerste sessie bespreekt de kinesitherapeut het dossier met de patiënt en voert indien mogelijk een startmeting op de loopband uit.
  5. De facturatie verloopt via de gebruikelijke weg: de kinesitherapeut stuurt de factuur naar de mutualiteit, en de terugbetaling gebeurt volgens de standaardprocedures.
  6. Na ongeveer zes weken stuurt de kinesitherapeut een verslag naar de verwijzende arts met een overzicht van de evolutie en eventuele bemerkingen.
     

Partners

AXXON
Chronisch Zorgnet